De zin en onzin rond kwaliteit in de zorg met Simon Malfait

'Kwaliteit is zeer contextafhankelijk en evoluerend. Wat voor een patiënt kwaliteitsvol was, is het vandaag misschien niet meer'.

We trappen onze kakelverse podcast af met een uniek profiel in de zorg: Simon Malfait. Begonnen als psychiatrisch verpleegkundige, later zorgmanager in de klinisch ondersteunende sector (UZ Gent), vandaag klinisch professor (UGent). Naast het bemannen van allerlei lezingen & netwerken is Simon auteur, peer-reviewer & overheidsadviseur. Toch vond hij de tijd om ons te ontvangen op die enorme ziekenhuissite. Met kwaliteit als rode draad. Zijn verhaal als 'milde zorganarchist' hoor je op Spotify op je eigen ritme via de handige tijdsindex: ergens onderweg, tijdens de sport, lekker thuis ...
De zin en onzin rond kwaliteit in de zorg met Simon Malfait

Alvast 3 fragmenten die smaken naar meer, met de exacte podcasttijd. Maar niks gaat boven de volledige babbel: laat je inspireren!

Oude evidenties durven doorbreken (10’03”)
'Die geüniformiseerde, strikt hiërarchische cultuur zit er nog deels in. Ik hoop dat het ondertussen veranderde want ik spreek met een zekere nostalgie. Ik werd bijna geen verpleegkundige omdat ik in mijn 1e jaar geen nut zag in het proper opmaken van een bed. Oké, dat ziet er goed uit voor een patiënt. Maar het heeft geen effect op de zorg als je lakenhoekje in 45 of 30 graden ligt. Ik snap het nog altijd niet maar ik weet dat ik daar -als jonge mens- vragen bij stelde. En het enorm ambetant vond dat ik geen antwoord kreeg. Groot was mijn verbazing, toen ik in de psychiatrie begon, dat men gewoon werkte met overtrekken. Is het dan kwaliteitsvol als we daar veel tijd aan spenderen? Waardoor we geen tijd voor andere dingen maken? Kwaliteit is zeer contextafhankelijk en evoluerend. Wat voor een patiënt 20 jaar geleden kwaliteitsvol was, is het vandaag de dag misschien niet meer.'

Minder normen & lijsten, meer kwaliteit (23’53”)
'In het handhaven van kwaliteit klop ik op hetzelfde nageltje. Nadenken over wat & waarom we doen. En of we het nog goed doen. Zo streven we altijd naar de beste zorg met de hoogste kwaliteit. Natuurlijk: als je norm en lijst achterlopen op wat gekend is, is het de vraag of een hoge kwaliteitsnorm ook hoge kwaliteit betekent. Dat is het probleem met lijsten: ze zijn in de feiten altijd onvolledig. Dus laten we een 'negatieve' lijst maken. En zeggen, ook weer contextgebonden: dat mag je absoluut niet meer doen. In de spoed heb je wel je protocol nodig want alles gaat er zo snel. Maar in plaats van kwaliteitsnormen zou je moeten zeggen: dat zijn geen kwaliteitsnormen. Dus we leggen geen schapevellekes meer tegen decubitus en schrappen die preventienorm. Dat is al erg veel. Door het om te keren, wordt alles veel vatbaarder. En krijgen mensen meer ruimte voor hun invulling van kwaliteitsvolle zorg. Mits de voorwaarde, ook de verantwoordelijkheid van beleidsmakers, dat mensen dit kunnen beoordelen. En men niet terugvalt op de schoolkennis van 25 jaar geleden.'

Technologie toelaten, zelf klinisch aanvoelen (38’55”) 
'We zijn te kritisch naar technologie t.o.v. onszelf. Studies rond triages bij huisartsen geven aan dat AI een foutmarge heeft van 3 à 4%. Mensen vinden dat veel. Maar die studie toont ook dat sommige huisartsen een foutmarge van 9 à 10% hebben. Het mooiste voorbeeld hoe technologie en het menselijke perfect kunnen samenleven is EWS (early warning scores). Waarbij we scores plakken op patiënten in welke mate we ons zorgen moeten maken. Vroeger was EWS 5 parameters en die kan je vandaag bijna automatisch meten. Wat merkte men bij EWS? De patiënt scoort soms slecht maar ziet er perfect gezond uit. En een patiënt met een perfecte score ziet er omgekeerd uit, door die foutmarge. Dus voegde men daar in NL en België het 'niet pluisgevoel' aan toe, je eigen klinisch aanvoelen. Je moet geen verpleegkundige zijn om bloeddruk of temperatuur te meten. Wel bij je klinisch gevoel. Daarvoor moet je ervaring opdoen, veel patiënten zien... De combinatie van die 2, enerzijds alle meetwerk voor de computer en anderzijds het intermenselijke, is de kern van klinisch redeneren. Natuurlijk kan je nog altijd vragen aan je patiënt: hoe voel je je eigenlijk? Dan kom je tot de kern van evidence based werken. En kwaliteit.'

Benieuwd naar de rest van Simons verhaal? Beluister Gene Zever en deel hem met je netwerk: