Pilootproject artikel 56 schakelt vanaf 1 juni versnelling hoger

Het is al lang geen geheim meer: de huidige financiering volgens artikel 8 van de nomenclatuur is ontoereikend om de uiteenlopende zorgen in de thuisverpleging te vergoeden. Daarom onderzoekt het RIZIV in samenwerking met de sector, de mutualiteiten en het Federaal kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE) een alternatieve financieringswijze voor de thuisverpleging. Tijdens het twee jaar durende pilootproject ‘artikel 56’ zal waardevolle data verzameld worden om een realistisch en werkbaar toekomstgericht financieringsmodel uit te werken.
Pilootproject artikel 56 schakelt vanaf 1 juni versnelling hoger
Gepubliceerd: 21 mei 2026

Het onderzoek naar een vernieuwende financiering komt geen moment te vroeg. Patiënten verlaten steeds sneller het ziekenhuis, waardoor de vraag naar thuiszorg snel stijgt. De thuisverpleging is al enkele jaren sterk aan het evolueren, maar het financieringssysteem en de daarbij horende vergoedingen kennen een status quo. Voor diverse belangrijke zorgtaken, zoals educatie van de patiënt, is er tot op heden geen nomenclatuurvergoeding voorzien.

Het nieuwe financieringsmodel moet hier verandering in brengen en moet toelaten dat thuisverpleegkundigen correcter worden vergoed voor het verlenen van zorg op maat. De nieuwe financieringswijze moet met andere woorden
  • kwaliteit boven kwantiteit plaatsen,
  • meer vertrekken vanuit de zorgnoden van de patiënt,
  • meer overleg genereren met andere disciplines in de thuiszorg,
  • tekorten in de zorg aanpakken door taakdifferentiatie,
  • een betaalbaar en houdbaar systeem bekomen.

Belangrijk: het alternatieve model dat de komende twee jaar wordt uitgetest, is niet het definitieve financieringssysteem, maar dient louter als wetenschappelijke studie. Op basis van de resultaten zal het KCE beleidsaanbevelingen opstellen voor het definitieve vergoedingssysteem.
 

Objectieve vergelijking van piloot- en controlepraktijken

In november 2025 lanceerde het RIZIV een oproep aan de sector thuisverpleging om deel te nemen aan het project als piloot- of controlepraktijk. In februari 2026 werden in totaal 58 kandidaat-praktijken geselecteerd. Daarvan zullen 32 praktijken deelnemen als pilootpraktijk (goed voor 1.007 zorgverleners). De overige 26 praktijken nemen deel als controlepraktijk (goed voor 912 zorgverleners).

Ook verschillende Mederi-praktijken zullen participeren in dit project. 3 daarvan doen dat als pilootpraktijk, 4 praktijken leveren hun bijdrage als controlepraktijk.

De deelnemende controlepraktijken blijven de komende twee jaar verder werken volgens de huidige vergoeding, maar vervullen enkele taken voor de wetenschappelijke opvolging van het project. Zo kunnen de onderzoekers van het KCE de oude en nieuwe werkwijze objectief vergelijken.

Pilootpraktijken daarentegen gaan in het kader van ‘artikel 56’ van 1 juni 2026 t.e.m. 31 mei 2028 aan de slag met die nieuwe werkwijze en worden gedurende twee jaar vergoed op basis van een uurtarief dat losstaat van artikel 8 van de nomenclatuur. Binnen deze ‘activiteitenfinanciering’ wordt zowel de effectieve zorgtijd als de verplaatsingstijd vergoed. Dit gebeurt onder meer op basis van tijdsregistraties en interventiecodes. De software van de deelnemende zorgverstrekkers is daarom aangepast naar de facturatierichtlijnen binnen het alternatieve financieringssysteem.

Bovendien komt er ook een stimulerende financieringswijze op basis van een puntensysteem dat kwaliteitsvolle praktijkvoering beloont. Praktijken die inzetten op bijvoorbeeld continue bijscholing, expertise en interdisciplinaire samenwerking zullen de vruchten plukken van hun kwalitatieve manier van werken.
 

BelRAI als alternatief voor de KATZ-schaal

Tijdens het project gebruiken de deelnemende pilootpraktijken bovendien BelRAI-instrumenten in hun dagelijkse werking. Deze instrumenten zijn een wetenschappelijk onderbouwd alternatief voor de KATZ-schaal als inschalingsinstrument en geven een breder holistisch beeld van het functioneren van de zorgvrager. Door deze alternatieve manier van inschalen, wordt er met een andere blik naar zorg gekeken en wordt de opmaak van gepersonaliseerde zorg- en ondersteuningsplannen verfijnd.

De BelRAI-instrumenten garanderen daarnaast uniformiteit en continuïteit over sectoren heen, waardoor informatie tussen verschillende hulpverleners efficiënter uitgewisseld wordt.

Om deel te nemen aan het pilootproject is een certificering als BelRAI-beoordelaar vereist. Mederi-praktijken die deelnemen krijgen daarom de nodige opleidingen om de BelRAI-werkwijze onder de knie te krijgen.


Visie Mederi

Mederi is tevreden dat het verouderde financieringssysteem van de thuisverpleging wordt herbekeken, zodat de manier van vergoeden aansluit bij de werking van vandaag.

Als volgwagen in de koers van de zelfstandige thuisverpleging staan wij de komende twee jaar klaar voor praktijken thuisverpleging die participeren in dit project. Onze aangesloten zorgverstrekkers kunnen rekenen op onze expertise.